III: IRMA in één oogopslag

IRMA is een samenhangend geheel van kaders, modellen en instrumenten. De kern is dat IRMA strategische uitgangspunten verbindt met de concrete inrichting en uitvoering van de informatiehuishouding volgens het ‘by design’-principe. Daarbij stelt IRMA van bovenaf de normen vast en sluit het van onderaf aan op de praktijk.

1: Het fundament: doel & scope

IRMA richt zich op de volledige levenscyclus van informatie:

De scope is organisatiebreed:

Met IRMA wordt informatie gezien als een integraal strategisch middel, en niet als een los beheer- of archiefvraagstuk.

2: De normerende laag: eisen en voorwaarden
2 A: IRMA‑eisen (wat moet informatie zijn?)

Deze eisen zijn afgeleid van wet‑ en regelgeving, organisatiedoelen en de primaire processen van de gemeente.

2 B: IRMA‑voorwaarden (wat is nodig om aan de 7 eisen te voldoen?)

Aan bovenstaande eisen zijn 10 voorwaarden gekoppeld:

Samen vormen de 7 eisen en 10 voorwaarden het normatieve kader van IRMA: ze duiden wat nodig is voor een goede gemeentelijke informatiehuishouding.

3: De modelmatige laag: structuur en samenhang

De kracht van IRMA zit in het feit dat het niet bij normen blijft, maar deze uitwerkt in verschillende praktisch toepasbare producten.

3 A: Informatieplattegrond

De Informatieplattegrond brengt o.a. samen:

Bij een goede, geordende informatiehuishouding staan gemeentelijke processen centraal, niet de applicaties. De Informatieplattegrond biedt inzicht en grip op de informatiehuishouding binnen de hele organisatie. Voor een uitgebreidere beschrijving, volg: deze link.

3 B: Metadatamodel

IRMA bevat een organisatiebrede Minimale Metadataset:

Metadata zijn hiermee geen keuze, maar zijn een essentieel verplicht onderdeel van de inrichting.

3 C: Datamodel

Het ERD (Datamodel) laat zien:

Het datamodel maakt semantische interoperabiliteit mogelijk en ondersteunt by design inrichting van applicaties.

3 D: Technische architectuur

Het federatieve technische architectuurmodel maakt het mogelijk om de informatiehuishouding organisatiebreed te sturen en te verbinden, terwijl systemen zelfstandig blijven functioneren.

3 E: Afwegingskader

Het afwegingskader beschrijft de verplichte functionele, technische en semantische aansluitvoorwaarden waaraan applicaties moeten voldoen bij aanschaf of vervanging.

4: De afwegingslaag: by design toepassen

IRMA fungeert expliciet als afwegingskader bij:

IRMA bepaalt hierbij niet één oplossing, maar:

Dit maakt IRMA sturend, maar niet star.

5: De operationele landing: werken met IRMA

In de praktijk landt IRMA via:

Op deze manier zorgt IRMA ervoor dat de informatiehuishouding vanaf het begin goed wordt ingericht, in plaats van achteraf te moeten worden “gerepareerd”.

Samengevat:

De opzet van IRMA bestaat uit vier logisch samenhangende lagen: 1) Normatief: eisen en voorwaarden, 2) Modellerend: Informatieplattegrond, metadataset(s), datamodel en technische architectuur 3) Afwegend: kader voor keuzes en ontwerp en 4) Toepasbaar: ‘by design’ in processen en applicaties. IRMA is daarmee het raamwerk dat de randvoorwaarden voor een goede informatiehuishouding vastlegt. Het model laat zien hoe deze vervolgens is ingericht en een afwegingskader dat bewuste keuzes vanaf het ontwerp ondersteunt.