IV.II: Afwegingskader... richtinggevend en normerend

Doel van dit afwegingskader

Dit afwegingskader beschrijft de verplichte aansluitvoorwaarden waaraan applicaties moeten voldoen bij:

Het kader is gebaseerd op IRMA (Informatiehuishouding Raamwerk, Model en Afwegingskader) en geeft invulling aan het principe ‘informatiehuishouding by design’. Het afwegingskader is richtinggevend en normerend: applicaties moeten aantoonbaar voldoen aan deze voorwaarden, of afwijkingen gemotiveerd laten vaststellen door het bevoegde gezag.

Toepassingsbereik

Dit afwegingskader is van toepassing op:

Beslisprincipe: proces en informatie zijn leidend

Bij elke aanschaf of vervanging geldt als uitgangspunt: Gemeentelijke processen en informatiebehoeften zijn leidend, niet de applicatie. De applicatie moet aantoonbaar aansluiten op:

Applicaties die deze uitgangspunten niet ondersteunen, zijn niet passend binnen IRMA.

IRMA-toets: minimale aansluitvoorwaarden

De applicatie moet aantoonbaar ondersteunen dat informatie:

  1. Toegankelijk is voor bevoegde gebruikers;
  2. Vindbaar is, ook organisatiebreed en over tijd;
  3. Betrouwbaar is (juist, volledig, navolgbaar);
  4. Veilig wordt verwerkt en beschermd;
  5. Duurzaam kan worden beheerd;
  6. Herbruikbaar is binnen en buiten processen;
  7. Volledig blijft gedurende de hele levenscyclus.

Indien één of meerdere eisen niet (volledig) worden ondersteund, moet expliciet worden gemotiveerd hoe risico’s worden gemitigeerd.

Ondersteuning van de IRMA-voorwaarden

De applicatie moet voorzieningen hebben voor minimaal de volgende IRMA‑voorwaarden:

  1. Metadata: ondersteunen van de gemeentelijke Minimale Metadataset;
  2. Ordening: logische samenhang tussen informatieobjecten;
  3. Context: behoud van relatie met proces, zaak of dossier;
  4. Authenticiteit: aantoonbaarheid van herkomst en status;
  5. Integriteit: bescherming tegen ongewenste wijziging;
  6. Autorisaties: rol- en functiegebaseerde toegang;
  7. Vernietiging: geautomatiseerde of ondersteunde vernietiging;
  8. Openbaarheid: ondersteuning van openbaarheid en Woo‑verzoeke

Handmatige work‑arounds of afhankelijkheid van gebruikersdiscipline zijn onvoldoende.

Aansluiting op de IRMA-modellen
Informatieplattegrond

De applicatie moet:

Zonder deze positionering is besluitvorming over aanschaf onvolledig.

Metadataset

De applicatie moet:

Applicaties die metadata niet (volledig) kunnen ondersteunen, zijn alleen toelaatbaar als tijdelijke of gemotiveerde uitzondering.

Datamodel

De applicatie moet:

Doel: applicaties “spreken dezelfde taal” / zijn semantisch interoperabel.

Technische architectuur

De applicatie moet passen binnen het federatieve architectuurmodel:

Levenscyclusondersteuning

De applicatie moet de volledige levenscyclus van informatie ondersteunen:

Ontbreekt ondersteuning voor één van deze fasen, dan moet worden aangegeven hoe dit organisatorisch of technisch wordt opgelost.

Afwijkingen en besluitvorming

Afwijkingen van dit afwegingskader zijn niet standaard toegestaan. Afwijkingen moeten derhalve:

Tijdelijke afwijkingen moeten een einddatum of migratiepad bevatten.

Gebruik in de praktijk

Dit afwegingskader wordt toegepast bij:

Het kader fungeert als verplichte IRMA‑toets en voorkomt dat informatiehuishouding pas achteraf wordt “gerepareerd”.

Samengevat:

Een applicatie is alleen passend binnen de gemeente Den Haag als zij aantoonbaar bijdraagt aan een duurzame, betrouwbare, toegankelijke en toekomstbestendige informatiehuishouding conform IRMA.